Wie zijn GEWU en ADEB?

GEWU en ADEB vertegenwoordigen de Belgische educatieve en wetenschappelijke uitgevers die collectief instaan voor wetenschappelijke publicaties in de vorm van artikels, fysieke en digitale boeken, monografieën en databanken. De Belgische wetenschappelijke uitgevers ondersteunen het principe van open access (hierna afgekort als OA) in elke vorm (green/gold), maar niet zonder duidelijke randvoorwaarden.

Uitgevers spelen een vitale rol in het ondersteunen van wetenschap en onderzoek als een gemeenschappelijk goed, maar om dat te kunnen doen moeten zij in staat zijn om te kunnen blijven investeren in hun auteurs, de processen en de systemen om dit mogelijk te maken. De aanzienlijke economische investeringen die uitgevers doen, dienen door verkoop en licentiemodellen te worden terugverdiend. Dit kan niet zonder redelijke embargotermijnen en een beperkte publieke toegang voor onderzoeksdoeleinden. Belgische wetenschappelijke uitgevers spelen mee een vitale rol in het ondersteunen van wetenschap en onderzoek als een gemeenschappelijk goed, maar om dat te kunnen doen moeten zij in staat zijn om te kunnen blijven investeren in hun auteurs, de processen en de systemen om dit mogelijk te maken.

Doelstellingen

  1. INFORMATIEVERSTREKKING
    Wegens het bestaan van afzonderlijke, deels overlappende, Belgische en Waalse regelgeving is het Open Access-kader niet zo eenvoudig te doorgronden. Deze website wil antwoorden bieden op vragen die kunnen rijzen bij de concrete toepassing van de wetgeving. Zo weten auteurs en uitgevers beter waar ze rekening mee moeten houden wanneer ze tot een uitgave-overeenkomst wensen te komen en kunnen bepaalde afspraken bijkomend worden gemaakt/geduid indien nodig.

  2. DIALOOG
    De Belgische uitgevers van wetenschappelijke werken staan achter het principe van Open Access. Wetenschappelijke informatie die de toets van experten (peers) doorstond, is van cruciaal belang voor de vooruitgang van onderzoek en ontwikkeling in onze samenleving. Het is echter van cruciaal belang dat de investeringen erkend worden die door Belgische wetenschappelijke uitgevers worden gemaakt om Belgisch onderzoek te publiceren en het de publieke verspreiding te geven die dit werk verdient. Zonder hun investeringen zouden heel wat onderzoeksresultaten geen publiek bereiken, zou het overzicht tussen belangrijk en minder relevant onderzoek al snel zoek raken en zou ‘fake science’ welig gaan tieren. ADEB en GEWU houden de vinger aan de pols wat het Open Access-beleid in België betreft, maar staan ook in open dialoog met alle betrokken stakeholders.

Wat is Open Access?

Op 12 juli 2018 werd door middel van een Programmawet een federale wetgeving m.b.t. ‘Open Access’ aangenomen. België was hierin geen koploper, gelijkaardige wetgeving bestond al in verschillende buitenlandse rechtsstelsels, waaronder al onze buurlanden. Met uitzondering van Nederland, waar vandaag nog licentie-afspraken gelden, werd telkens geopteerd voor het hanteren van embargoperiodes.

Open Access in 12 vragen.

01. WELKE AUTEURS KUNNEN ZICH BEROEPEN OP DE OA WETGEVING?

Elke auteur van een wetenschappelijk artikel dat het resultaat is van onderzoek dat minstens voor de helft met publieke middelen gefinancierd werd kan zich beroepen op de OA wet.  Wetenschappelijke auteurs die met publieke middelen worden gefinancierd verwerven dus een afdwingbaar recht, wat hen ook meteen onderscheidt van andere wetenschappelijke auteurs die instaan voor hun eigen financiering (vaak uitoefenaars van vrije beroepen).

 
A.  50% PUBLIEKE FINANCIERING VAN WETENSCHAPPELIJKE OUTPUT

De Belgische wetgeving stelt dat het artikel het resultaat moet zijn van onderzoek dat minstens voor de helft met publieke middelen gefinancierd werd. De memorie verduidelijkt dat de oorsprong van de publieke middelen zowel Europees, federaal, van de gemeenschappen/gewesten of van een andere lokale, supranationale of buitenlandse overheid kan zijn.

Een wetenschappelijk artikel dat een auteur schreef los van gesubsidieerd onderzoek, valt dus niet onder de OA wet. Een auteur zal het artikel dan enkel in OA kunnen publiceren indien hij dat contractueel overeenkwam met zijn uitgever.

De vraag rijst hoe kan worden nagegaan wanneer publieke middelen gemoeid zijn met de publicatie en vooral ook wanneer dat voor 50% gefinancierd is met publieke middelen. Wanneer diverse onderzoekers die samenwerken aan een project gezamenlijk een artikel publiceren is de link met de financieringsbron doorgaans duidelijk. Maar wanneer een academicus en vrije beroepers gezamenlijk een artikel schrijven is dit minder evident. Om elke zweem van twijfel weg te nemen dienen uitgever en auteurs af te stemmen wat de achterliggende financieringsbron is van een wetenschappelijk artikel.

Uitgevers kunnen ook contractueel een voorafgaande meldingsplicht voorzien om over de financieringsbron te communiceren. Die melding ontneemt de auteur het recht om in OA te publiceren uiteraard niet indien het kan worden ingeroepen, maar een uitgever is dan correct geïnformeerd.

 

B.   ACADEMICI VS. VRIJE BEROEPEN

Er mag niet worden voorondersteld dat wanneer een auteur verschillende professionele hoedanigheden combineert - waaronder een gedeeltelijk gesubsidieerd mandaat - dat alle werken van zijn hand automatisch gevat worden door dat mandaat en dus door de OA wetgeving. De band tussen het  onderzoek dat het voorwerp uitmaakt van een wetenschappelijk artikel en een subsidiebron moet duidelijk zijn.

Wanneer een artikel geschreven werd door een onderzoeker die een 100% mandaat heeft dan kan de uitgever er vanuit gaan van de mogelijke toepassing van de OA wetgeving (vermoeden dat de auteur zich hierop zal beroepen).

Wanneer daarentegen een wetenschappelijk artikel geschreven werd door vrije beroepers zoals een advocaat, een economisch consultant, enz. die daarnaast een of meerdere beperkt(e) academisch(e) manda(a)t(en) uitoefent zal het verband minder eenduidig zijn.

Vrije beroepers die zich willen beroepen op hun recht een artikel in OA te publiceren en menen in aanmerking te komen omdat het onderzoek voor de helft met publieke middelen werden gefinancierd, zouden door de uitgever bij indiening van het hun artikel kunnen worden verplicht aan te kaarten dat ze voldoen aan de bovenvermelde voorwaarden. De OA wetgeving riep een recht in het leven voor de auteurs, geen onderzoekplicht voor de uitgevers.

 

C.  COAUTEURS MOETEN HET EENS ZIJN OVER UITOEFENING OA RECHT

Indien er meerdere auteurs betrokken zijn bij een artikel dan gelden de gangbare algemene regels van de auteurswetgeving. Dit houdt in dat wanneer de bijdragen van de auteurs niet meer te onderscheiden zijn, ze gezamenlijk zullen moeten overeenkomen of ze gebruik wensen te maken van het recht om de tekst in OA te plaatsen. Wanneer de bijdragen van diverse auteurs wel kunnen worden onderscheiden, dan zal iedere auteur voor zich kunnen bepalen of hij zijn tekst in OA wil publiceren of niet.

 

D.  EEN OVERLEDEN AUTEUR

Wanneer een auteur overlijdt, dan gelden ook daar de gangbare regels van rechtsopvolging en zal het dus aan de aangewezen legataris of de erfgenamen toekomen om de tekst al dan niet in OA te publiceren.

02. LEGT DE OA WET AUTEURS OP OM HET WERK TE PUBLICEREN IN OA?

Neen, de wet riep een recht in het leven en geen wettelijke plicht. In de praktijk echter leggen bepaalde Vlaamse Universiteiten (op het ogenblik van dit schrijven de UGent, UHasselt) en de Franstalige universiteiten weliswaar reeds op aan hun onderzoekers om hun teksten in het depot van de instelling te publiceren omdat het meetelt in hun academische evaluatie en de toekenning van beurzen.

Auteurs die als academici verbonden zijn aan de universitaire instellingen zullen zich dus doorgaans wel beroepen op hun recht om in OA te publiceren omdat hun werkgever hen daartoe verplicht in de uitbouw van hun verder academische carrière. Voor een overzicht van het beleid verwijzen we u graag naar Bijlage III.

03. WELKE WETENSCHAPPELIJKE WERKEN KOMEN IN AANMERKING VOOR OA CONFORM DE WETGEVING?

Enkel wetenschappelijke artikels gepubliceerd in een tijdschrift komen in aanmerking. De Memorie van toelichting verduidelijkt dat het tijdschrift minstens één keer per jaar dient te verschijnen. Zowel artikels op fysieke papieren drager als op digitale drager vallen onder de wettelijke regeling. Boeken of bijdragen in boeken komen niet in aanmerking. Monografieën werden expliciet uitgesloten omdat het economisch model anders is dan bij uitgaven van tijdschriften.

04. WELKE TEKSTVERSIE MAG IN OA WORDEN GEPUBLICEERD?

De wetgeving verwijst naar ‘het manuscript’. De memorie verduidelijkt dat het gaat om de post-print versie, namelijk de versie voorgelegd door de auteur met correcties van de reviewers. Dit kan zowel een papieren als een digitaal manuscript zijn. De door de uitgever gevalideerde versie met finale pagina lay-out zal dus enkel ter beschikking mogen worden gesteld indien de uitgever daarmee akkoord gaat.

05. MOET DE AUTEUR AAN BRONVERMELDING DOEN?

Ja, de wet stelt duidelijk dat de bron van de eerste uitgave dient te worden vermeld.

06. WELKE EMBARGOTERMIJNEN ZIJN VAN TOEPASSING?

Voor humane en sociale wetenschappen geldt een embargotermijn van 12 maanden. Voor alle andere wetenschappen geldt een embargotermijn van 6 maanden. Op termijn is het ook mogelijk dat de Koning de embargotermijnen zou verlengen na raadpleging van de betrokken milieus.

De wet stelt dat de termijn begint de lopen na de datum van de eerste uitgave van het artikel in een tijdschrift. De memorie spreekt dan weer van de ‘eerste mededeling aan het publiek’, wat lijkt te wijzen op de mogelijkheid van een artikel dat bv. enkel digitaal in een databank verscheen.

Indien een artikel door verschillende uitgevers wordt gepubliceerd, bv. in verschillende talen, dan zal de embargotermijn beginnen te lopen op het ogenblik dat de eerste uitgave aan het publiek werd meegedeeld.

07. KAN JE AFWIJKEN VAN DE WETTELIJKE EMBARGOTERMIJNEN?

Een uitgever en auteur kunnen een kortere embargotermijn overeenkomen dan wettelijk opgelegd. Contractueel langere embargotermijnen opleggen aan auteurs heeft echter geen zin.  Een auteur kan geen afstand doen van zijn recht op open access. Zelfs indien een auteur de rechten op zijn artikel in licentie gaf of overdroeg van onbepaalde duur, dan nog zal hij zich kunnen beroepen op zijn recht om de tekst in OA te publiceren.

08. IS ER INTERNATIONALE AFDWINGBAARHEID?

De OA wetgeving kan door elke auteur worden ingeroepen zodra er een aanknopingspunt met België is bv. tewerkstelling aan een Belgische universiteit, Belgische nationaliteit, onderzoek gefinancierd met Belgische overheidsmiddelen, enz.

09. HEEFT DE OA WET TERUGWERKENDE KRACHT?

Ja, de OA wetgeving is ook van toepassing op werken die tot stand werden gebracht voor de inwerkingtreding van de wet en die niet tot het openbaar domein behoren. Zelfs wanneer voor wetenschappelijke artikels in het verleden contractueel gezien de rechten werden overgedragen of in licentie gegeven aan de uitgever, zal een auteur dus zijn recht kunnen inroepen en het artikel in OA kunnen publiceren.

10. AAN WIE MAG DE ONDERZOEKER OA TOEGANG BIEDEN?

De wet bepaalt dat het artikel kosteloos mag ter beschikking worden gesteld in open toegang aan het publiek. Het is raadzaam wetenschappelijke auteurs te wijzen op gekende, betrouwenswaardige OA tools/websites binnen het domein waarin wordt gepubliceerd, zodat de tekst niet te grabbel wordt gegooid op internet.

11. WAT KAN JE DOEN WANNEER EEN AUTEUR DE EMBARGO’S NIET RESPECTEERT?

In dat geval begaat de auteur contractbreuk en kan een uitgever dus terugbuigen op de gangbare regels van het verbintenissenrecht.

12. HOE VERHOUDT DE FEDERALE OA WET ZICH TOT HET WAALSE OA DECREET?

Op het eerste zicht zijn het twee aparte regelingen en stelt er zich dus geen probleem. De federale wetgever riep een OA recht voor wetenschappelijke auteurs in het leven. Een bepaling van dwingend recht waar de auteur geen afstand van kan doen op contractuele basis. 

Het Waalse decreet gaat echter een stap verder en roept een plicht in het leven voor elke wetenschappelijke auteur om het werk in OA te deponeren binnen een institutioneel digitaal archief. Ook de Vlaamse auteurs worden dus indirect geraakt wanneer zij met wetenschappelijke Franstalige onderzoekers over de Belgische taalgrens heen werken.

Het deponeren veronderstelt geen onmiddellijke toegang tot het artikel als dusdanig. Enkel wanneer de uitgever geen embargo oplegt (max. 6 maanden voor wetenschappen, technieken, mens- of diergeneeskunde, max. 12 maanden voor mens- en sociale wetenschappen) en de onderzoeker dat zelf wenst zal het artikel binnen het archief worden opengesteld voor de rest van de onderzoekswereld.

Het Waalse Decreet voorziet echter een uitzondering: wanneer een embargo geldt, kan de onderzoeker toch toegang tot het artikel verlenen door een afschrift te zenden aan een belanghebbend persoon op gepersonaliseerde aanvraag.  Voor meer informatie omtrent het Waalse Decreet verwijzen we graag naar het vademecum van ADEB.

Nieuws.