Wat is het decreet Marcourt?

Zowel het decreet “Marcourt” van de Franse Gemeenschap van 3/05/2018 gericht op het tot stand brengen van een beleid van vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties (‘open access’) als de federale wet van 30/07/2018 “met diverse bepalingen inzake economie” waardoor artikel XI. 196/2 werd ingevoerd, kwamen er naar aanleiding van de aanbevelingen van de Europese Commissie in 2012 en 2018.

In het algemeen kan worden gesteld dat de federale wet het recht voor onderzoekers introduceert om hun manuscripten te deponeren in open access zodra aan bepaalde voorwaarden is voldaan, terwijl het decreet een verplichting  oplegt voor onderzoekers om hun publicaties te deponeren in institutionele digitale archieven die publiek toegankelijk zijn onder bepaalde voorwaarden. Het is duidelijk dat door een gebrek aan coördinatie en overleg tussen de twee beleidsniveaus deze wetten te kampen hebben met aanzienlijke inconsistenties in hun  gezamenlijke toepassingen grijze zones ontstaan. Bovendien moet worden opgemerkt dat de federale wet het voorwerp is van een gedetailleerde analyse binnen het vademecum van de Groep Educatieve en Wetenschappelijke Uitgevers (GEWU) en dat wij ons dus voor het grootste deel zullen beperken tot een presentatie van het decreet van de Franse Gemeenschap met de volgende indeling: bevoegdheidsverdeling (1), toepassing in  personae,  materiae,   temporis en loci (2 tot en met 5)  en verplichtingen voortvloeiend uit het decreet (6). 

Het decreet Marcourt in 6 opvattingen.

01. BEVOEGDHEIDSVERDELING

Ter herinnering, het auteursrecht is een exclusieve bevoegdheid van het federale niveau. Dit vloet voort uit de bijzondere wet van institutionele hervorming van 8/8/1980 (hierna BWIH).  De Franse Gemeenschap is daarentegen bevoegd (met uitzondering van de uitzonderingen van artikel 127,1e,lid 1,tweede van de Grondwet) om haar regels inzake onderwijs te bepalen (zodat zij  de statuten van het onderwijzendpersoneel kan beheersen).

 

Het is ook bevoegd om decreten op wetenschappelijk  onderzoek op te stellen die betrekking hebben op onderwerpen die onder zijn competentie vallen in artikel 6bis van de irsa van 8/8/1980 (wetendedat de bevoegdheden van dit onderwerp worden gedeeld tussen de federale  staat, Gemeenschappen en regio's).

02. TOEPASSINGSGEBIED RATIONE IN PERSONAE

Het decreet beoogt een onderzoeker die afhangt van een door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde wetenschappelijke/onderwijsinstelling (artikel 1,3°). Uit de tekst blijkt duidelijk dat het verband tussen het artikel van de auteur en de uitvoering van een wetenschappelijk mandaat (contractueel of statutaiur) duidelijk moet zijn. Aan de andere kant valt een wetenschappelijk artikel dat door een auteur buiten een contractuele of statutaire relatie met onderwijsinstellingen of wetenschappelijke instellingen is geschreven, niet binnen het kader van het decreet. In dat geval kunnen we denken aan artikelen geschreven door mensen in de uitoeferning van hun vrije beroep (advocaat, economisch consultant,..)  die niet kunnen worden gelinkt aan een subsidie en aan de voorwaarden zoals omschreven hieronder.

Bovendien moet uit constitutioneel oogpunt worden vastgesteld dat de normatieve piramide niet wordt nageleefd vanaf het ogenblik dat het decreet situaties beheerst die gericht zijn op  collaboratieve werken uit bijvoorbeeld de samenwerking met onderzoekers die afhankelijk zijn van andere Gemeenschappen of met onderzoekers die afhankelijk zijn van de federale staat of de gewesten (dit is een inbreuk op hun onderwijs-en wetenschappelijke onderzoekvaardigheden).  

 

De Franse Gemeenschap overschrijdt ook haar bevoegdheden wanneer zij verplichtingen vaststelt met betrekking tot situaties waarin collaboratieve werken het resultaat zijn van samenwerking met onderzoekers uit de private secotr of onderzoekers die afhankelijk  zijn van buitenlandse instellingen.  De Raad van State is in zijn advies over het voorontwerp van decreet van mening dat een samenwerkingsovereenkomst dergelijke situaties kan beheersen. Tot slot, op grond van art. 1.3° van het decreet moet worden opgemerkt dat de wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten moeten worden uitgevoerd door middel van een overheidssubsidie of overheidsfinanciering die geheel of gedeeltelijk uit de Franse Gemeenschap afkomsitg zijn (in tegenstelling tot de federale wet die stelt dat de financiering voor minstens 50% uit subsidies moeten komen). 

03. TOEPASSINGSGEBIED RATIONE IN MATERIAE

Art. 3 van het decreet verwijst naar publicaties die in een periodiek tijdschrift worden gepubliceerd. Monografieën daarentegen worden van de werkingssfeer uitgesloten.

04. TOEPASSINGSGEBIED RATIONE TEMPORIS

Het decreet Marcourt trad in werking vanaf het academiejaar 2018-2019 (specifiek op 14 september 2018 onder het landschapsdecreet). Sindsdien moet elke onderzoeker nagaan of hij, naast zijn of haar recht op basis van de federale Open Access wet, verplicht is om zijn artikelen in een institutioneel digitaal archief te deponeren.

 

In tegenstelling tot de federale wetgeving kent het decreet Marcourt geen terugwerkende kracht. De federale wet bepaalt immers dat het recht om het manuscript kosteloos ter beschikking te stellen aan het publiek ook van toepassing is op werken die voor de inwerkingtreding van de wet tot stand zijn gekomen en niet tot het publieke domein behoren.

05. TOEPASSINGSGEBIED RATIONE IN LOCI

Vanuit internationaal privaatrechtrechtelijk oogpunt kan worden opgemerkt dat het decreet , i.t.t. de federale Open Accerss wetgeving niet de automatische tooepassing voorziet in afwijking van de Lex Contractus  (het door de partijen gekozen recht) vanaf het moment dat er een band met België bestaat.  Echter, bij uitgavecontracten met internationale uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften zijn vaak onderworpen aan een andere wet dan het Belgische recht. Bijgevolg zal een onderzoeker ook vaak worden verplicht om een ‘Article Processing Charge (APC)’ te betalen om te kunnen publiceren in open toegang. 

06. VERPLICHTINGEN

Voor de onderzoeker is het noodzakelijk een onderscheid te maken tussen enerzijds de verplichting tot deponeringen anderzijds de verplichting om wetenschappelijke artikels beschikbaar te stellen voor open toegang (eventueel na een periode van embargo). Tenslotte zal de vereist van bronvermelding ook hieronder worden behandeld .

 

  • Vereiste van deponering

De deponering van het wetenschappelijk artikel in een institutioneel digitaal archief leidt niet tot een vrije enonmiddellijke toegang. De digitale opslag moet onmiddellijk worden gedaan nadat de uitgever het artikel heeft geaccepteerd. Dit is de versie die door de revisoren (‘peers’) is gecorrigeerd. De auteur kan de door de uitgever goedgekeurde en gelayoute PDF niet indienen.   Vanuit constitutioneel oogpunt is de Franse Gemeenschap,  overeenkomstig hetgeen hier eerder in deze nota is uitgeengezet,  bevoegd om het statuut van haar onderwijzend personeel te reguleren en derhalve is de door het decreet vastgestelde verplichting tot deponering ook rechtmatig.

 

  • Gratis toegang na embargo

Gratis toegang impliceert niet het recht om met wetenschappelijke werken om het even wat te doen. De regels die zijn neergelegd in boek XI van het Wetboek vaneconomisch recht, met als opschrift "intellectuele eigendom", blijven van kracht. In het algemeen worden de gebruiksvoorwaarden gespecificeerd in de context van institutionele digitale archivering met het oog op de naleving van het auteursrecht. In de praktijk is er  bijvoorbeeld het bestaan van "Creative  Commons"-licenties  die een hergebruik mogelijk maken dat voortvloeit uit de aanwezigheid van bepaalde clausules (de mogelijkheid om afgeleide werken te maken, de verplichting om de bron en maker te vermelden, hergebruik voor een uitsluitend niet-commercieel doel...).

 

Het "Marcourt" - decreet lijkt echter tegen het auteursrecht in te druisen, zolang het de notie              "open access" in artikel 1, 2° definieert als  "het kosteloos toegankelijk maken op het openbare internet, waardoor iedereen in staat wordt gesteld de integrale tekst van een artikel te lezen, downloaden, kopiëren, overzenden, printen, zoeken of een link te creëren naar dit artikel, het te splitsen om het te indexeren, er gebruik van te maken als data voor een software of er gebruik van te maken om elk wettelijk doeleind, zonder financiële, wettelijke of technische beperking ander dan deze die voortvloeien uit de toegang tot en het gebruik van het Internet, waarbij de auteurs een controle behouden op de integriteit van hun werk en het recht correct erkend en geciteerd te worden".

 

De Franse Gemeenschap maakte dus een inbreuk op de exclusieve bevoegdheid van de federale staat in het auteursrecht door een nieuwe uitzondering te maken op de reproductie-en publieke mededelingsrechten van de auteur. Het open access decreet verleent rechten op die publicaties aan ‘derden’ en beperkt bovendien de bundel van vermogensrechten die tot de onderzoeker behoren en beperkt (indirect) de rechten van potentiële cessionarissen (uitgevers) van deze rechten.  Deze verplichte bepaling, zonder juridische beperkingen, gaat ook niet gepaard met een vergoeding. Daardor wordt de drietrappentoetsvan de Berner Conventie niet gerespecteerd. De nieuwe uitzondering is niet legaal vastgesteld, schaadt de normale exploitatie van het werk en de wettige belangen  derechthebbenden.

 

Vrije toegang tot deze publicaties (d.w.z. vrije voorziening op het openbare Internet zonder financiële, juridische of technische beperkingen) is volgens het decreet sowieso van toepassing na een periode van mogelijk embargo(voorwaarde te bepalen door de uitgever) tot 6 maanden op het gebied van wetenschap, technologie en menselijke of diergeneeskunde en 12 maanden op het gebied van humane wetenschappen en sociale wetenschappen (art. 8 al. 2).

 

In het geval van een embargo zal de onderzoeker nog steeds verplicht  worden zijn manuscript in een institutioneel archief te deponeren en kan hij op persoonlijk verzoek een kopie naar een belanghebbende sturen (artikel 8 al. 3). Het aantal ‘persoonljike verzoeken’ moet echter redelijk blijven en alleen onderzoekers ten goede komen zodat de normale exploitatie van tijdschriften niet in het gedrang komt.

 

Zonder een door de uitgever opgelegde embargoperiode zal de onderzoeker in staat zijn om, indien hij dat wenst, onmiddellijk vrije toegang tot de in een institutioneel digitaal archief gedeponeerde publicaties toe te staan.

 

Het embargo begint vanaf de datum van de eerste publicatie (te onderscheiden van het tijdstip van deponering). Als het artikel bijvoorbeeld wordt aanvaard op 2 februari 2017, maar pas wordt gepubliceerd op 12 januari 2018, begint het embargo pas op 12 januari 2018.

 

De termijnen van 6 en 12 maanden vanaf de eerste publicatie zijn in overeenstemming met die van de federale wet. Onder beide wettelijke stelsels kunnen uitgevers voorzien in kortere embargotermijnen. De federale wet bepaalt echter dat deze termijnen kunnen worden verlengd door middel van een K.B. (in tegenstelling tot het open access decreet).

 

  • Bronvermelding

Hoewel artikel 5 van het decreet (dat verwijst naar de depotplicht van de onderzoeker) niet de verplichting lijkt op te leggen om de bron te vermelden, is e.e.a. wel af te leiden uit artikel 2.2 van het open access decreet, waarin expliciet wordt verwezen naar bepaalde morele rechten van de auteurHet betreft dan  meer bepaald het recht op naamsvermelding of vaderschap (citaatrecht) en het recht op de integriteit van het onderzoekswerk. Daarom moet de bron, uiteraard volgens de geest van het auteursrecht,worden vermeld zolang de publicaties  in Open Access beschikbaar worden gesteld. Deze plicht tot bronvermelding vinden we ook terug in de federale Open Access wet. 

Nieuws.