Federale Open Accesswetgeving uitgelegd​

Op federaal niveau werd op 12 juli 2018 een programmawet aangenomen die het mogelijk maakte om een §2/1 in te voeren bij artikel XI.196 van ons Wetboek van Economisch Recht. België is geen koploper op het gebied van Open Access: gelijkaardige wetgeving bestond al in de verschillende buitenlandse rechtsstelsels, ook in alle buurlanden.

De Belgische wetgever heeft - net als de Franse wetgever - gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Europese Commissie van 17 juli 2012 met betrekking tot de toegang tot wetenschappelijke informatie en de bewaring ervan. Zo is voor het eerst de vrije toegang tot wetenschappelijke werken verankerd in de Belgische wetgeving. Deze laatste voorziet op dit punt in embargoperiodes van 6 en 12 maanden.

Dit deel van het vademecum is enkel gewijd aan federale wetgeving.

Discussie over de Belgische wet op open access​

De auteur van een wetenschappelijk artikel dat het resultaat presenteert van onderzoek dat voor minstens de helft met publieke middelen is gefinancierd, kan van dit recht gebruik maken. Wetenschappelijke auteurs die met publieke middelen worden gefinancierd, verwerven zo een afdwingbaar recht, waardoor ze kunnen worden onderscheiden van andere wetenschappelijke auteurs die verantwoordelijk zijn voor hun eigen financiering (vaak beoefenaars van vrije beroepen).

A. 50% publieke financiering van wetenschappelijke productie

De Belgische wet bepaalt dat het artikel het rapport moet zijn van onderzoek dat voor minstens de helft met openbare middelen is gefinancierd. De voorbereidende werken specificeren dat de oorsprong van publieke middelen Europees, federaal of afkomstig kan zijn van de Gemeenschappen, Gewesten of een andere lokale, supranationale of buitenlandse overheid.
Een wetenschappelijk artikel dat een auteur onafhankelijk van het gesponsorde onderzoek heeft geschreven, valt daarom niet onder de federale wetgeving. Een auteur mag zijn manuscript in dat geval alleen gratis ter beschikking stellen als hij daartoe gemachtigd is op grond van een met zijn uitgever gesloten overeenkomst.
De vraag die daarbij opkomt is hoe te controleren of er publieke middelen mee gemoeid zijn, in het bijzonder tot 50%. Wanneer meerdere onderzoekers samenwerken aan een project en samen een artikel publiceren, is de link met de financieringsbron over het algemeen duidelijk. Maar wanneer een wetenschapper en vrije beroepers samen een paper schrijven, wordt het minder vanzelfsprekend. Voor alle duidelijkheid: de uitgever en de auteurs moeten het eens zijn over de financieringsbron(nen) die ten grondslag liggen aan het wetenschappelijke artikel.
Uitgevers zouden ook contractueel kunnen voorzien in een voorafgaande melding van de financieringsbron(nen). Uiteraard zou deze melding de auteur geenszins het recht ontnemen om zijn manuscript in open access vrij ter beschikking te stellen als hij er gebruik van kan maken, maar de uitgever zou wel correct geïnformeerd kunnen worden.

B. Academische onderzoekers versus vrije beroepen

Er mag niet worden voorondersteld dat wanneer een auteur verschillende professionele hoedanigheden combineert - waaronder een gedeeltelijk gesubsidieerd mandaat - dat alle werken van zijn hand automatisch gevat worden door dat mandaat en dus door de OA-wetgeving. De link tussen het wetenschappelijke artikel en de financieringsbron moet duidelijk zijn.
Wanneer een artikel wordt geschreven door een onderzoeker in het kader van onderzoek dat voor minimaal de helft met publieke middelen wordt gefinancierd, dan is de wetgeving op open access van toepassing en kan de auteur daarvan profiteren.
Als daarentegen een wetenschappelijk artikel wordt geschreven door beoefenaars van vrije beroepen zoals een advocaat, een economisch adviseur, enz., die ook een of meer beperkte academische werken uitvoeren, dan zal de link minder duidelijk zijn.
Beroepsbeoefenaren die een beroep willen doen op hun recht om het manuscript van hun artikel in open access te plaatsen en denken in aanmerking te komen omdat de helft van hun onderzoek met publieke middelen wordt gefinancierd, kunnen de uitgever bij het indienen van hun artikelen laten weten dat zij willen dat de juridische methodes ter zake op hen worden toegepast. Open access wetgeving heeft voor auteurs een recht gecreëerd en geen onderzoeksplicht voor uitgevers, maar het kan zijn dat auteurs moeten aantonen dat ze aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

C. De co-auteurs moeten het eens zijn over de uitoefening van hun recht op open access beschikbaar stellen

Indien meerdere auteurs samenwerken voor een artikel, gelden de gebruikelijke algemene regels van het auteursrecht. Dit betekent dat in het geval dat de verschillende bijdragen van de auteurs niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, zij samen moeten beslissen of zij hun tekst in Open Access beschikbaar stellen. Anderzijds kan, als de bijdragen van verschillende auteurs onderscheiden kunnen worden, binnen het kader van de Belgische wetgeving, elke auteur individueel beslissen of hij zijn manuscript al dan niet in open access beschikbaar wil stellen.

D. Een overleden auteur

Bij het overlijden van een auteur gelden ook de gebruikelijke erfrechtregels. Het is dus aan de aangewezen legataris of de erfgenamen om de tekst al dan niet in Open Access te publiceren.